Betrouwbaarheid van labo-analyses op de loopband

Gepost op: 13/09/2014

In RUNNING AND MORE wordt gebruik gemaakt van een loopband bij de Bewegingsanalyses Lopen en bij de Labo-inspanningstesten Lopen. Buitenstaanders kunnen hierbij de bedenking hebben dat:
-het looppatroon op een loopband niet volledig overeenstemt met dat op de baan of op een piste, hetgeen volgens hen een beperking  is van een labo-analyse,
-de loopeconomie ook verschillend is van deze op de baan of piste, waardoor het resultaat van een inspanningstest op de loopband geen ideale basis zou zijn voor trainingsadviezen voor buiten.

Wat is er hier nu eigenlijk van aan?

Eerst en vooral willen we duidelijk stellen dat we ons bewust waren, vanaf de allereerste idee-ontwikkeling voor een Sportmedisch Testcenter, lang voor de effectieve opstart vorig jaar, van de nood aan een speciale loopband om net deze verschillen (tussen ‘band’ en ‘buiten’) te minimaliseren. Na wikken en wegen kozen we voor onze huidige lamellenloopband o.w.v. de volgende grote voordelen:

  • Hij kan je in twee richtingen doen lopen, waardoor je via twee HD-camera’s en twee calibratieborden op een gestandaardiseerde wijze wordt gefilmd van 4 zijden. Zo krijg je de meest betrouwbare resultaten van het volledige lichaam (bvb linker-, rechter-, voor- en achterkant van het bekken).
  • Door de dikte van de rubberen lamellen, de structuur van het loopoppervlak (geribbeld) en de robuuste mechaniek van het toestel is de stabiliteit van de lamellenloopband voelbaar en zichtbaar veel hoger dan van een normale, vlakke loopband. De band vangt schokken op en schuift geen millimeter zijwaarts onder de steunvoet. Hierdoor is ook de nood aan aanpassing of het wennen eraan tot een minimum beperkt, ook bij atleten (bv. kinderen, ouderen, …) die nog nooit op een loopband gelopen hebben.

Dankzij voorgaande eigenschappen evenaart het lopen op onze loopband het lopen buiten maximaal, zowel subjectief als objectief.
Natuurlijk blijft er het gegeven dat je in de ruimte niet vooruit beweegt, je geen luchtweerstand ondervindt en dat de ‘grond’ onder je voeten en met je voeten naar achter schuift.

Bewegingsanalyses op de loopband
Wij constateren volgende 3 elementen bij analyse van video-opnames op de loopband:

  • De loopband nodigt iets meer uit, zeker bij blootvoets lopen, tot mid-(of voor-)voetlanding.
  • De paswijdte kan groter zijn.
  • De armen kunnen breder uitzwaaien.

De verschillen met het looppatroon buiten zijn kleiner bij een ervaren loopbandloper en als er van die drie specifieke elementen al één of meer eigen zijn aan de natuurlijke loopstijl buiten.

Als onderzoeker zijn we ons hiervan bewust en zullen we automatisch de aard en de omvang van deze verschillen (tussen loopbandstijl en natuurlijke stijl) inschatten en er desgevallend rekening mee houden bij de interpretatie van beelden en de berekeningen erop.

JG KNIE MS RE SCH

Een professionele, biomechanische analyse op de loopband heeft natuurlijk andere hoofddoelstellingen dan de detectie van loopstijlelementen, nl.
-het opsporen van onevenwichten (afwijkingen, tekorten…) in mobiliteit (beweeglijkheid van de gewrichten) en in spierbalans (dynamisch evenwicht tussen de spieren)
-het bepalen van de manier waarop deze onevenwichten zich verhouden tot mekaar. Zo geeft het ons bvb. zeer nuttige informatie als een schoen, aangepast voor een instabiel voetgewelf, leidt tot een beter of tot een slechter kniebewegingspatroon.

Hierbij mag de onderzoeker nooit het bewegingspatroon alleen of op zich interpreteren.
Daarom bestaat de Standard Bewegingsanalyse ook uit een uitgebreid osteopathisch mobiliteitsonderzoek en een reeks dynamische, functionele bewegingstesten (oa op de Footscan). Aansluitend wordt het ‘bewegende’ lichaam beoordeeld met een belasting, nl. het lopen op de loopband. En hierbij zullen de belangrijkste onevenwichten, die al werden genoteerd, gemeten en gescand bij de voorafgaande onderzoeken, versterkt tot uiting komen. Zo dient de video-analyse om bevestiging te krijgen van welke de eventuele ‘zwaktes’ zijn, welke ervan dominant of bepalend zijn, en hoe deze best aangepakt worden. En nooit om absolute uitspraken te doen rond een loopstijl.
Een grote meerwaarde van de video-analyse bij RUNNING AND MORE is de beoordeling van de bewegingspatronen in verschillende toestanden: blootvoets, met (verschillende) loopschoenen, met (verschillende) steun- of inlegzolen, met mondstuk…, en dit van voor, achter, links en rechts.
Vanzelfsprekend verschaft dit complete pakket van gegevens het meest inzicht in wat er aansluitend de beste aanpak is om de ontdekte zwaktes om te ‘tunen’.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Volledigheid en grondigheid in dit hele gamma van onderzoeken, alsook de zorgvuldigheid in de interpretaties vereisen een ruime background kennis en ervaring van de onderzoeker, en eveneens de bereidheid om hier tijd voor te maken.
Een video-analyse van een looppatroon -op de loopband of buiten- zonder een totaalonderzoek van het lichaam, is zinloos. Men kan er wel bepaalde ‘afwijkingen’ vaststellen, maar deze kunnen niet gekaderd of gerelateerd worden, laat staan dat er een zinvol advies naar loopstijl kan gegeven worden.
Loopstijladviezen kunnen ook slechts worden toegepast en leiden tot het gewenste resultaat als ze geïntegreerd zijn in de aanpak van de andere aanbevelingen, die ook geformuleerd werden vanuit het totaalonderzoek. Een atleet bvb. het advies geven om meer ‘rechtop te lopen’ zal geen aarde aan de dijk brengen als de doorgezakte houding bij die atleet hoofdzakelijk zou blijken voort te komen uit een vastzittend bekken.

Inspanningstesten op de loopband
Kunnen de gemeten resultaten van een inspanningstest op de loopband wel worden gebruikt als basis voor trainingsadviezen (buiten)?
Ons volmondig antwoord hierop is ‘Ja, mits de tester zich bewust is van de verschillen en ze deskundig mee in rekening brengt’.
Eerst en vooral is het inderdaad een gegeven: De loopeconomie kan anders zijn op de baan of piste dan op de loopband. Er spelen twee hoofdfactoren een rol hierin: Er is de andere ondergrond, die bovendien onder je wegglijdt, en er is de binnenruimte om in te lopen.

  • Een loopband zoals deze van RUNNING AND MORE, die maximaal de buitensituatie evenaart qua ondergrond en stabiliteit, is alvast een goeie zaak om ook qua loopeconomie de verschillen te minimaliseren.
    De energiekost zal altijd hoger zijn op de loopband bij iemand met minder ervaring in het ‘loopbandlopen’.
  • Effecten van het binnen lopen, oa op de lichaamstemperatuur, ademhaling en vochthuishouding, kunnen ook verschillen van atleet tot atleet. Als tester houd je hier ook rekening mee bij de interpretatie van de opgemeten waarden.

Hiernaast is het ook noodzakelijk voldoende voorinformatie te hebben over hartslagen en snelheden van de te testen atleet in verschillende trainingssituaties. Bij RUNNING AND MORE wordt deze info vooraf opgevraagd. Bovendien wordt voorafgaand aan de inspanningstest bijkomend een individuele test opgelegd, waarvan de resultaten als een zeer zinvolle bijdrage gekoppeld worden aan het resultaat van de labotest.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Tot slot valt er op dit vlak nog een woordje te zeggen over de gebruikte protocols.
Het laboprotocol heeft het grote voordeel dat er telkens aan een constante snelheid gelopen wordt in een vast tijdsinterval. Dit laat toe de verschillende steps met een zeer grote precisie met mekaar te kunnen vergelijken.
Daarnaast kunnen er nog een aantal andere parameters gemakkelijker gecontroleerd worden in het labo dan tijdens een veldtest.
Net als bij een veldtest moet het protocol aangepast zijn aan de specialiteit van de atleet, om diens SPECIFIEKE conditie te meten, iets waartegen regelmatig gezondigd wordt.

Als de tester kennis heeft van al deze verschillende invloeden en op een wetenschappelijk correcte manier rekening houdt met de relevante factoren, geeft de labo-inspanningstest een absoluut volledig betrouwbaar resultaat.

 

Conclusie

Wanneer er bij bewegingsanalyses en inspanningstesten gebruik wordt gemaakt van een loopband, is het van essentieel belang
-op welke loopband deze gebeuren
-de eventuele invloeden -per atleet- correct in te schatten
-de testresultaten te matchen met informatie uit andere onderzoeken/screenings/testen
-en de zogenaamde ‘beperkingen’ te onderkennen, om te buigen en te benutten als net een bijkomende interessante bron van informatie.

 

Rik Hoste D.O.

RUNNING AND MORE, Sportmedisch Testcenter