De heup van de sporter, vaak over het hoofd gezien

Gepost op: 01/05/2017

Uit mijn ervaring met sportieve talenten blijkt dat de beweeglijkheid van de heup een cruciale factor kan zijn in de verder evolutie naar een succesvolle sportloopbaan.

Het osteopathisch onderzoek van lopers en fietsers, dat ik op hen verricht als onderdeel van de bewegingsanalyses, wijst zeer frequent op heupdysfuncties, die nooit voordien gezien werden en bijgevolg onbehandeld bleven. Veel manueel therapeuten controleren wel de beweeglijkheid van het bekkengewricht en van de lage rug, maar zien de heup over het hoofd.

Heup 1

Andrew Taylor Still, de grondlegger van de osteopathie, heeft altijd uitdrukkelijk beklemtoond dat je nooit een patiënt mocht laten gaan zonder het heupgewricht na te kijken. En terecht!

Het is bovendien zo dat een beperkte mobiliteit van de heup niet altijd voelbaar is en zich, indien wel, meestal manifesteert op een andere plaats. Bij atleten met bvb. lage rugklachten, lopersknie of ischialgie kan een heupdysfunctie de meest beïnvloedende factor zijn.

Heup 2

Uit onze sportmedische ervaring weten we waarin een goed functionerend heupgewricht het verschil maakt voor een atleet:

  • Een goede heupstrekking leidt tot een dynamische afstoot bij het lopen.
  • De knie-inzet van de loper in de zwaai naar voren wordt bepaald door de heupbuiging en zorgt voor de juiste paslengte.
  • Een voldoende binnenrotatie van de heup is een belangrijk element in het opvangen van de impact bij de landingsfase van het lopen.
  • Een optimale heupbeweeglijkheid waarbij alle heupspieren in de juiste balans zijn, bepaalt de efficiëntie van de krachtoverbrenging op de pedalen.
  • Een beweeglijk heupgewricht zorgt voor een ideaal kniebewegingspatroon en een vloeiende bekkenbeweging bij de fietser.

Heup 3

Heupdysfuncties kunnen ontstaan uit lokale disbalansen van bekken-en heupspieren, van ligamentaire onevenwichten of spanningen vanuit het kleine bekken (organen), maar kunnen ook beïnvloed zijn vanuit andere structuren zoals de knieën, enkels, … zelfs het kaakgewricht.

Wanneer we de heupbeweeglijkheid (en dat geldt voor gelijk welk gewricht) onderzoeken ligt de nadruk op de kwaliteit van de beweging, en niet op de kwantiteit. Waarom?

Een kwantiteitsverschil is een verschil in bewegingsamplitude, en dit is op zich nooit voldoende om een klacht te ontwikkelen. Door een verschil in structuur kan het immers heel normaal zijn dat je ene heup verder kan bewegen dan je andere. Het is wel belangrijk om als osteopaat een kwaliteitsverschil te ontdekken, want dit wil zeggen dat er een onevenwicht bestaat dat voor de individuele atleet niet normaal is, en dit kan wel degelijk een rol spelen in het ontwikkelen van klachten.

Heup 4

Het ontdekken hiervan is het stukje ‘kunst’ in het manueel onderzoek van de osteopaat. Geen enkele atleet verlaat RUNNING AND MORE zonder een grondig onderzoek en heldere diagnose van het heupgewricht.

Een dysfunctie van de heup vraagt om normalisatie via manuele behandelingen. Deze vereisen kennis en precisie van de ervaren osteopaat. De atleet zelf moet bijkomend de herwonnen beweeglijkheid actief onderhouden en optimaliseren via een functioneel oefenprogramma, dat wij ook aanbieden. Automatisch komt er dan door adaptatie een overdracht naar de loop- en fietstechniek.

Je heup, misschien ook jouw geheim wapen om door te breken?

Meer informatie over onze bewegingsanalyse, zie www.runningandmore.be/bewegingsanalyse