Demping, antipronatiesteun, steunzolen, … Welke loopschoenen draag ik nu best?

Gepost op: 09/03/2013

Zowat de helft van alle lopers, en dit van alle niveaus, is gemiddeld één keer per jaar out met een kwetsuur, ten gevolge van het lopen. Met name de voeten krijgen het zwaar te verduren: de krachten die erop inwerken zijn 3,5 tot 5 maal groter dan het lichaamsgewicht. Om dit op te vangen werden een tiental jaar geleden schoenen ontwikkeld met een hogere dempingsgraad. Tegelijkertijd voorzagen de fabrikanten bijkomend de zogenaamde antipronatiesteun. Deze dient om de normale, fysiologische pronatiebeweging, die de hiel uitvoert na de landing, mee te helpen opvangen. Men wil met deze schoenen correctief optreden.Toch bleven en blijven loopblessures zich voordoen.

We halen hier een aantal interessante oorzaken aan, die we in onze biomechanische bewegingsanalyses regelmatig zien terugkeren.

  • In bepaalde gevallen is de loopschoen zelf de boosdoener. Veel lopers krijgen onterecht antipronatieschoenen met hoge demping aanbevolen. De werkelijkheid is dat minder dan 40% van de lopers een overpronatie vertoont. Bij een eenvoudige looptest (met enkel beeldopnames van het onderbeen) wordt dit fenomeen immers vaak foutief beoordeeld. Wat zijn dan wel de risico’s van een antipronatieschoen? Het is een zwaardere schoen, die het been meer als een soort pendel naar voor doet zwaaien, waardoor veel extremer op de hiel wordt geland. Daardoor neemt de belasting op de achillespezen en scheenbeenspieren sterk toe, met mogelijke achillespees- of scheenbeenvliesontsteking tot gevolg. Onderzoek heeft bovendien uitgewezen dat dit type schoen ook de belasting op het knie- en heupgewricht doet stijgen met respectievelijk 35 en 54%, wat onder andere kan resulteren in het iliotibialisfrictiesyndroom. Bij de Standard Bewegingsanalyse zien we deze tendens duidelijk  bevestigd: veel lopers vertonen duidelijk een grotere bekkeninstabiliteit en beenbuiging als ze lopen mèt schoenen dan bij het blootsvoets lopen. Door deze vaststellingen is er een tendens ontstaan naar meer minimalistische schoenen. Deze vergen wel een andere loopstijl en de toekomst zal nog moeten uitwijzen in hoeverre hierdoor de loopblessures afnemen.

 

  • Al te vaak beperkt een looptest zich tot een analyse van het onderbeen. Om het afrolpatroon van de voet goed te kunnen beoordelen, moet dit geplaatst worden binnen het volledige bewegingspatroon en de lichaamsstatiek. Slechts na een totaalonderzoek, zoals dat gebeurt bij onze Standard Bewegingsanalyse en Standard Blessurepreventiescreening, kan correct beoordeeld worden welke preventieve en/of curatieve maatregelen nodig zijn. De dirigerende disfuncties kunnen zich inderdaad bevinden ter hoogte van voet of onderbeen, maar even goed ter hoogte van de lage rug, thorax, kaakgewricht, ogen of bepaalde organen. Bij afwijkend functioneren dienen eerst de eventuele blockages te worden opgeheven, met advies voor gerichte oefeningen ter equilibratie van de flexibiliteit en kracht. Rompstabilisatieoefeningen zullen slechts beperkt effect hebben wanneer er nog blockages zijn (waardoor in wetenschappelijk onderzoek het nut van deze oefeningen niet éénduidig kon bewezen worden).

6

 

  • In tal van gevallen worden ‘steun’zolen aanbevolen. Uitgaande van statische en louter kwantitatieve analysegegevens, beslist men tot dit correctief ingrijpen. Bijvoorbeeld: een atleet met een platvoet krijgt een steunzool, om het voetgewelf op te hogen. Men ziet hierbij over het hoofd dat die platvoet verweven is in een bepaalde spierketen. Daardoor veroorzaakt deze steunzool een ander bewegingspatroon bij deze atleet, met mogelijk nefaste gevolgen voor zijn andere gewrichten of spieren. Meer dan  90% van de klachten van lopers zijn wat men noemt ‘functioneel’, dwz dat er geen onderliggend trauma is, dat de klacht rechtstreeks veroorzaakt. Dan is het ook logisch dat enkel ‘regulerend’ moet opgetreden worden, en nooit vervangend of compenserend. Het concept van dynamische functionele inlegzolen, zoals deze van het toonaangevende Currex, sluit hierbij perfect aan. Deze gaan het natuurlijke afrolpatroon van de voet begeleiden en verbeteren, door -afhankelijk van het soort voetgewelf- op het juiste moment de juiste spieren te stimuleren. Meer lezen over de Currex-zolen kan ‘hier‘.

 

 

Welk advies naar loopschoenen toe is dan wetenschappelijk verantwoord?

  • Indien je geen klachten hebt, blijf bij hetzelfde schoentype.
  • Heb je typische overbelastingsklachten, dan schakel je best over op lichtere, vlakkere, en neutrale schoenen, in combinatie met dynamische functionele zolen.
  • Bij biomechanische afwijkingen (< 10%) is het gebruik van steunzolen aan te raden.
  • Heb je fysieke klachten en/of twijfels over je schoeisel of inlegzolen? Doe dan beroep op de deskundigheid, sportmedische  ervaring en hoogtechnologische software met o.a. Footscan van RUNNING AND MORE. Afhankelijk van je specifieke vraag, noden of klachten zullen we vooraf met kennis van zaken -samen met jou- inschatten, overleggen en oordelen welke screening best bij jou gebeurt om je vlot en aangenaam van eerlijk en eenduidig advies te dienen. Je kan hiervoor het contactformulier gebruiken op onze pagina ‘Bewegingsanalyse‘, of een afspraak aanvragen via info@runningandmore.be of 0473/24 18 86.

Rik Hoste DO, osteopaat, bewegingsanalist, zaakvoerder RUNNING AND MORE