Wat leer je uit een stofwisselingsanalyse?

Gepost op: 22/01/2018

Hoe en waarom WIJ de stofwisselingsanalyse uitvoeren, staat netjes uitgelegd op de pagina “Inspanningstesten” en onder “Stofwisselingsanalyse – Inspanningstest met Aeroman Professional“.

  • Hoe ze ervaren wordt door JULLIE, werd recent door loopster Lien mooi uitgeschreven in haar blog.
  • Waarom deze test voor jullie leerrijk is, en zeker de moeite waard als je écht wil beteren, zal uit haar artikel wellicht ook duidelijker worden.

We hernemen daarom graag haar tekst en foto’s integraal hieronder. Veel leesplezier!

“Van Peter (De Groof nvdr) hoorde ik een tijdje geleden dat de conditietesten bij RUNNING AND MORE heel wat inzichten konden bieden in je trainingswijze. Nu heb ik na Amsterdam echt genoeg van het natte vingerwerk en besloot ik om de professionals ook eens te laten kijken hoe ik scoor qua fitheid.

Laten we beginnen aan de start: hoe gaat zo’n conditietest precies in zijn werk? Ik mailde Rik vlak voor de kerstvakantie dat ik wel eens wilde weten waar ik sta… Hoe is mijn conditie na 2 jaar lange-afstandlopen? En vooral… Hoe kan ik beter lopen? Comfortabeler, sneller, economischer… Rik antwoordde me al snel dat we dat via een conditie- en stofwisselingstest allemaal te weten konden komen!

 

Drie weken later op naar Brugge! Eerst krijg ik nog wat vragen in te vullen. Als u altijd al wilde weten hoeveel ik weeg, met alles (loopschoenen etc.) erop en eraan. Voila!

Hierna was het dan tijd voor het echte werk: de inspanningstest. Zoals de naam al zegt, is dit geen spreekwoordelijk walk in the park. Rik legt me uit dat ik gedurende 4 minuten op een bepaalde snelheid zal lopen. In de laatste 30 seconden, krijg ik een toestelletje aangereikt dat via de mond en ademhaling alle gegevens registreert. Vervolgens wordt de snelheid verhoogd.

We starten bij 7 km/uur. Dat loopt uiteraard vlotjes, al besef ik weer snel dat de loopband niets voor mij is. Iets met schrik om eraf te vliegen. Het is echter niet ‘de moment’ om flauw te doen. Op naar 8, 9, 10, 11 en 12 kilometer per uur. Dat lukt allemaal behoorlijk goed: het zijn dan ook de tempo’s die ik wel gewend ben om te lopen. Het ademtoestel is gelukkig ook licht en niet moeilijk te hanteren. Inmiddels zijn we ongeveer 5 kilometer verder en schakelen we over naar 13 km/uur. Dat ligt stilaan toch een stukje buiten mijn comfortzone, maar als Rik zegt dat je dat kan… Tja, dan kan je dat, hé!

 

Ik blijf me focussen op de vreemde streepjes vlak voor me en voor ik het weet, zijn ook de volgende 4 minuten voorbij. Zoals Rik op voorhand had verteld, schakelen we nu over op continue meting. Het meettoestel blijft in je mond en elke halve minuut gaan we een halve kilometer per uur sneller. Bij 15 kilometer per uur heb ik het wel gehad: ik ben nu eenmaal geen sprinter. Ik geef aan dat het er voor mijn part op zit en de loopband wordt stil gelegd. Oef, toch altijd een beetje opgelucht als ik in één geheel van zo’n ding kan afklimmen.

Voor de laboranten onder u: hier de resultaten. Als dat u – net als mij – evenveel zegt als spijkerschrift, volgen nu resultaten in mensentaal. Merci, Rik!

Ten eerste is mijn metabolisme in het begin een beetje zoekende: het schakelt meteen over op suiker in plaats van vetten. Later – bij 11-12 kilometer per uur – vindt er wel weer vetverbranding plaats om energie te leveren. Opstartmogelijkheden verklaard. Fijn! Oh, en in absolute rust verbruik ik blijkbaar slechts anderhalve pizza per dag: 1220 kcal/per dag. Gelukkig staat rusten niet in mijn woordenboek, dus kom maar door met die pizza!

Daarnaast bleek ook uit mijn VO2max dat ik voluit ben kunnen gaan tijdens de test, in tegenstelling tot Peter, de kapoen! Verder blijkt ook dat ik het al goed doe qua uithouding etc…. maar dat er ruimte is voor verbetering. En dat, lieve lezers, horen we graag!

Nu komt het gedeelte dat niet-lopers waarschijnlijk behoorlijk saai vinden, maar voor de lopende volgers schrijf ik het toch even uit! Vergeet niet dat deze testen en snelheden zeer persoonlijk zijn: neem het dus niet zomaar over :-). 

Wat ik minder graag hoorde, was welk werk er precies aan de winkel was. Duurlopen gaan vanaf nu trager, maar de snelle trainingen (intervaltrainingen) gaan sneller. 80 procent van mijn benenwerk mag vanaf nu onder de aerobe drempel (max. 10,5 k per uur, max. 151) en 20 procent boven die aerobe drempel (10,5 – 15 k per uur), waarvan het grootste deel boven mijn anaerobe drempel van 179 slagen per minuut. Dat betekent rennen aan 13 km per uur en liefst nog wat meer, met de nodige dribbelpauzes tussenin. Die 15 per uur hoef ik dan weer niet te doen, want dat zou al te intensief worden.

Vertalen we dat naar een schema, komen we uit op lange duurlopen op zaterdag aan 6:10 min/k, maar liefst iets trager, halflange duurlopen (16k) op donderdag aan iets van een 6 min/k. met eventueel wat tussensprints om de vetverbranding te stimuleren door de suikers leeg te trekken. De intervaltraining (bah bah bah) op dinsdag zal dan weer een tandje (zeg gerust een heel gebit) bijsteken worden om meermaals die 4:40 min./ kilometer of sneller te halen. Daarin ga ik ook wat meer variëren: gaande van zeer snelle intervallen van 200 m tot lange (iets tragere) intervallen van 3000 m met wat meer rust.

Rest mij nog de 4 à 6 km die ik er wel eens op zondag tussen gooi: die mogen dan weer aan mijn comfortabel tempo: variërend tussen 10,5 k/per uur en 13 k/per uur.

Dit betekent dat ik elke week 5 procent van mijn trainingen in een comfortabel tempo zal lopen: de rest zal naar mijn gevoel te traag of te snel zijn. Maar dat is niet erg. Want het leven begint aan het einde van je comfort zone. Just do it! Ik ben alvast erg benieuwd naar de resultaten!”

Met dank aan Fitmetlien

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel en onze pagina’s of wens je ook een stofwisselingsanalyse?

Neem contact met info@runningandmore.be of bel Rik op 0473/24 18 86.